ENERGIE
We kunnen geen
moment van de dag zonder

Compass is specialist in:
> bedrijfszekere netwerken
> toekomst bestendige smart grids
> state-of-the-art verbindingen
> midden-en hoogspanning

Meer >

COMMUNICATIE
De ontwikkelingen in
communicatie gaan razendsnel

Compass is specialist in:
> maatwerk in glasvezeltechniek
> niet-alledaagse oplossingen
> kwaliteit in plaats van kwantiteit
> toekomstgericht netwerkontwerp

Meer >

INTELLIGENT TRAFFIC SYSTEMS
Mensen en goederen
worden steeds mobieler

Compass is specialist in:
> dynamisch verkeersmanagement (DVM)
> elektro-mechanische systemen (E&M)
> DRIP
> tunneltechnische Installatie (TTI)

Meer >

Connectiviteit van de Nederlandse infrastructuur

12 juni 2019

Met een ‘visitors experience’ werd het project ‘Coöperatieve ITS Corridor’ op vrijdag 7 juni op bijzondere wijze gemarkeerd. Bezoekers van het ITS European Congress 2019 kregen op de snelweg A16 te zien hoe publieke en private partijen samen bijdragen aan de connectiviteit van de Nederlandse infrastructuur.

Een ‘visitor experience’ vormde op 7 juni de afsluiting van het ITS European Congress 2019. Bezoekers konden ervoor kiezen om onderweg van Eindhoven naar Schiphol een kijkje in de keuken te krijgen van het project ‘Coöperatieve ITS Corridor’. Ron de Waard, hoofd Bedrijfsbureau van Compass, licht toe: “Met een busrit over het projectgedeelte van de A16 hebben we de internationale gasten laten zien wat dit project mogelijk heeft gemaakt. Concreet kregen ze verkeersmaatregelen die normaal op borden boven de weg staan – denk aan een signaal dat je je snelheid moet verminderen – op hun telefoon of tablet te zien.”

Van Rotterdam naar Wenen
Het project C-ITS is in 2015 gestart om in samenwerking met Duitsland en Oostenrijk coöperatieve ITS-diensten te ontwikkelen, die bijdragen aan slim, veilig en duurzaam vervoer. Kortom, Smart Mobility-oplossingen. Deze krijgen een plek op de zogeheten corridor, een traject dat start in Rotterdam en via Frankfurt naar Wenen leidt. Het Nederlandse deel ervan loopt over de A16 bij Rotterdam naar Breda en vervolgens via Tilburg en Eindhoven naar Venlo, over de A58, A2 en A67. 

Publiek-private samenwerking
Niet alleen de inhoud van het project is uniek, maar ook de samenwerkingsvorm is bijzonder. Bij het C-ITS-project zijn immers publieke én marktpartijen betrokken. Rijkswaterstaat is betrokken bij het Nederlandse deel van het project. Compass en Swarco hebben samen het wegkantdeel voor hun rekening genomen, zij hebben langs de A16 de bakens geplaatst die informatie naar de passerende voertuigen zenden (de Road Side Units). V-tron heeft ervoor gezorgd dat die info enerzijds door voertuigen kan worden ontvangen (via On Board Units) en anderzijds door bestuurders kan worden begrepen (via een Human Machine Interface).

Ieder zijn eigen expertise

De betrokken partijen hebben de publiek-private samenwerking als positief ervaren. “De essentie van dit hele C-ITS-project is: alleen ga je sneller, maar samen kom je verder”, zegt projectmanager Abraham Bot van Rijkswaterstaat. “Rijkswaterstaat, V-tron, Swarco noch Compass had dit project alleen kunnen uitvoeren. Elke organisatie heeft weer zijn eigen expertise. Aan het begin van dit project hebben we de partijen daar ook zorgvuldig op geselecteerd, omdat wij vanuit Rijkswaterstaat niet al die kennis in huis hebben. Via zusterprojecten zijn we uitgekomen bij relatief kleine, wendbare organisaties, die ook risico’s durfden te nemen. Dat is ons zeer goed bevallen.”

Toekomst in samenwerking

Ook Wim Vossebelt van V-tron is enthousiast. “Ik moet eerlijk zeggen dat het voor ons best spannend was, omdat we nog nooit eerder met een wegbeheerder hadden samengewerkt. Bij C-ITS trokken wegbeheerders en de auto-industrie voorheen vaak gescheiden op. De samenwerking is echter prettig en leerzaam gebleken. De belangen van publiek en privaat, collectieve veiligheid én individuele veiligheid, zijn mooi samengekomen. In mijn ogen ligt de toekomst ook in die samenwerking. Intelligentie zal niet ofwel in auto’s ofwel in wegen komen te zitten, maar juist in allebei.”